Borgstelsel
Over WSW

Borgstelsel

Voor de woningcorporaties is WSW feitelijk een onderlinge waarborgmaatschappij die steunt op ‘solidariteit’ binnen het borgstelsel en de zekerheidsstructuur. De solidariteit komt op diverse manieren tot uiting.

Om te voorkomen dat WSW een aanspraak krijgt op zijn borgstelling zijn er verschillende vangnetten en buffers. Om te beginnen is er de kasstroom en de  vermogensbuffer van de corporatie zelf. Dan is er de saneringssteun, opgebracht door de sector en geaccordeerd door de minister. Corporaties die niet voldoen aan de kredietwaardigheidseisen van WSW komen in beginsel voor sanering in aanmerking.

Het eigen risicovermogen van WSW is daarna de eerste buffer om aanspraken op de borg op te vangen. Deze reserve kan WSW zo nodig aanvullen door het onderpand van de noodlijdende corporatie uit te winnen. De tweede buffer is de onderlinge waarborg van corporaties (het obligo). Corporaties voldoen op eerste verzoek 3,85% van hun geborgde schuldrestant aan WSW. De derde buffer bestaat uit de afspraak met Rijk en gemeenten (de ‘achtervang’) dat WSW indien nodig kan beschikken over renteloze leningen.

Naast zijn primaire doelgroep (deelnemende corporaties) opereert WSW in een omgeving met diverse belangenhouders. Iedere belanghouder (achtervang, toezichthouders, financiële sector) heeft een groot belang bij de instandhouding van het borgstelsel. Dit is de grootste gemene deler.
De zekerheidsstructuur van het borgstelsel bestaat bij gratie van de 'achtervang' van gemeenten (VNG) en Rijk (BZK). Ook toezichthouder Aw en brancheorganisatie Aedes spelen hierin een rol qua afstemming en regelgeving.
Beoordeling van risico’s zijn cruciaal voor het welslagen van de missie van WSW. De strategie voor risicomanagement kent twee nauw verwante onderdelen: risico’s die samenhangen met het borgstelsel als geheel en risico’s die samenhangen met de individuele deelnemers (corporaties).