Risicorichtlijnen
Corporaties

Risicorichtlijnen

Op deze pagina vindt u het beleid van WSW met betrekking tot diverse onderdelen van het risicomanagement. Deelnemende corporaties zijn verplicht  zich hieraan te conformeren.
 

Het borgingsplafond van een corporatie is de maximale omvang van de geborgde leningportefeuille van een corporatie gedurende het betreffende kalenderjaar. Voor borging door WSW komen alleen activiteiten in aanmerking die behoren tot de bestedingsdoelen.
WSW ziet erop toe dat een deelnemer de door WSW geborgde leningen ook daadwerkelijk besteedt aan borgbare activiteiten. Regelgeving rondom staatssteun en afspraken met de achtervangers vormen hiervoor de aanleiding. Daarnaast beoordeelt WSW of een deelnemer voldoende, maar niet teveel, liquide middelen aanhoudt.
Onze visie op scheiding en/of splitsing vertaalde WSW in een richtlijn juridische splitsing. Deze richtlijn mitigeert de extra risico’s die wij zien bij een juridische splitsing of hybride scheiding.
Gebruikmakend van de borgstelling door WSW kunnen deelnemende corporaties leningen aantrekken tegen gunstige voorwaarden. Maar corporaties kunnen ook redenen hebben om leningen aan te trekken die WSW niet borgt. In dat geval is wel toestemming van WSW vereist.
WSW wil dat corporaties de beschikbare middelen in het borgstelsel zo efficiënt mogelijk inzetten. Om die reden ondersteunen wij de mogelijkheid dat corporaties overtollige liquide middelen tijdelijk uit kunnen lenen aan andere corporaties die financiering nodig hebben (collegiale leningen).
Deelnemende corporaties kunnen derivaten gebruiken om hun renterisico’s te beheersen. Het gebruik van derivaten kan ook (liquiditeits)risico’s met zich mee brengen. WSW stelt daarom voorwaarden aan het gebruik ervan.
Deelnemers kunnen hun activiteiten uit verschillende bronnen financieren. Naast het aantrekken van leningen kunnen hiervoor ook zogenaamde eigen middelen worden gebruikt.
Als corporaties willen fuseren, gaan bestaande borgstellingen over naar een andere rechtspersoon. Het risicoprofiel van de nieuwe (‘andere’) rechtspersoon kan afwijken van het risicoprofiel van de afzonderlijke corporaties.
Van belang is dat corporaties voldoende faciliteiten hebben om fluctuaties op te vangen in de behoefte aan werkkapitaal. Een corporatie kan hiervoor gebruik maken van zogenaamde kortgeldfaciliteiten.
WSW vraagt deelnemers onderpand voor de te borgen en geborgde leningen. WSW kan maximaal borg staan voor een leningportefeuille die een waarde heeft van ten hoogste 50% van de WOZ-waarde van het totale door de deelnemer ingezette onderpand.
WSW hanteert een maximaal rentepercentage dat corporaties voor af te sluiten leningen mogen afspreken. Hiermee wil WSW voorkomen dat borgstelling plaatsvindt voor leningen met een hogere rente dan strikt noodzakelijk, gelet op de op dat moment geldende markttarieven.
Om leningen te kunnen borgen hanteert WSW standaard leningovereenkomsten. Deze zijn vastgesteld in overleg met de financiers en de achtervangers. Uit oogpunt van eenduidigheid, transparantie en efficiëntie hanteert WSW een ‘plain vanilla’-beleid als het gaat om mogelijke leningvormen.
Vanuit het oogpunt van de beheersing van de risico’s in het stelsel vindt WSW het gewenst om te beschikken over een notariële “overeenkomst tot lastgeving met privatieve werking/onherroepelijke volmacht”, vaak afgekort tot “volmacht”.
Corporaties kunnen bezit verkopen aan derden, niet zijnde natuurlijke personen die de woning voor eigen bewoning kopen. Veelal gaat het dan om verkooptransacties van meerdere objecten tegelijkertijd (complexmatig) die zij (deels) in verhuurde staat willen verkopen. WSW stelt hieraan voorwaarden.