Maximale borg

Met de maximale borg wordt het concentratierisico beheerst: het risico dat de omvang van de leningenportefeuille van één corporatie het borgstelsel in gevaar brengt. Dit zou in een uiterst geval kunnen betekenen dat WSW moet stoppen met borgen voor alle deelnemers, wat daarmee grote consequenties heeft voor de financiering van de volkshuisvestelijke opgave. De beheersing van dit concentratierisico is vormgegeven door een grens op zowel de nominale waarde van de geldleningen als de marktwaarde van de geldleningen. Ook worden er bij corporaties met een grotere leningenportefeuille aanvullende eisen gesteld aan de onderpandratio. 

Hoe wordt de maximale borg jaarlijks bepaald? 

De maximale borg stelt een maximum aan de omvang van de leningenportefeuille, voor zowel de nominale waarde als de marktwaarde van de geldleningen (hybride). Jaarlijks worden deze waarden opnieuw vastgesteld en gecommuniceerd. De waarde die het laagste uitvalt (de maximale borg op de nominale waarde of op de marktwaarde van de  geldeningen) geldt als de grens van de maximale borg.

In de praktijk ziet dat er als volgt uit: 

  • De maximale borg op de nominale waarde wordt geïndexeerd op basis van de kerninflatie. De basis hiervoor is de oorspronkelijk vastgestelde maximale borg in 2014 zijnde € 3,5 miljard. De maximale borg op de nominale waarde bedraagt:
    • € 4,541 miljard, per 1 januari 2026. 
  • De maximale borg stelt ook een grens aan de marktwaarde van de geldleningen. De maximale borg op de marktwaarde is gebaseerd op een daarvoor gebruikelijke methodiek uit de bankenwereld en wordt jaarlijks herijkt. De basis hiervan is de ontwikkeling van het risicokapitaal van WSW (maximaal 25% daarvan is beschikbaar voor één aanspraak), rekening houdend met de waarde van het onderpand. De maximale borg op de marktwaarde bedraagt:
    • € 7,763 miljard, per 1 januari 2026. 
  • In aanvulling op de maximale borg gaan wij bij corporaties met een hogere marktwaarde van de geldleningen voorzichtiger om met het maximale bedrag dat zij kunnen lenen op basis van de waarde van hun bezit en vragen wij verhoudingsgewijs meer vastgoed als onderpand. De norm op de onderpandratio is normaal gesproken 70%, voor grote corporaties neemt deze stapsgewijs af.
    • De staffel voor de onderpandratio is als volgt, per 1 januari 2026:

Marktwaarde ingezet onderpand x € mln

Grenswaarde onderpandratio

 0 - 3.000

70,0%

 4.000 

69,4%

 5.000 

65,5%

 6.000 

62,9%

 7.000 

61,1%

 8.000 

59,7%

 9.000 

58,6%

10.000 

57,8%

11.000 

57,1%

12.000 

56,5%

13.000 

56,0%

14.000

55,5%

Nominale waarde van de geldleningen: de nog openstaande schuld van de oorspronkelijke geldlening.

De marktwaarde van de geldlening: de actuele waarde van alle toekomstige rente-en aflosverplichtingen van de lening, op basis van de huidige marktomstandigheden.

De onderpandratio: de verhouding tussen de marktwaarde van de door WSW geborgde leningenportefeuille ten opzichte van de marktwaarde van het bij WSW ingezette of gevestigde onderpand.

 

Lees meer
Achtergrond bij wijziging maximale borg in 2026