Home > Weten en Doen > Hoe werkt het WSW? > Zekerheidsstructuur
 

Zekerheidsstructuur

De zekerheidsstructuur van het WSW bestaat uit drie lagen: de geldmiddelen van de corporatie, de borgingsreserve van het WSW, en de achtervangpositie van Rijk en de gemeenten.

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) zorgt ervoor dat woningbouwcorporaties tegen gunstige rentetarieven en voorwaarden geld kunnen lenen. Daarvoor hebben we als WSW een zekerheidsstructuur voor corporaties ontwikkeld. Deze zekerheidsstructuur geeft de financiers 100 procent zekerheid.

De zekerheidsstructuur bestaat uit drie lagen:

 
 

Primaire zekerheid: de financiële middelen van de corporatie
De financiële middelen van de corporatie vormen de eerste zekerheid: de liquiditeitspositie en het eigen vermogen. We stellen eisen aan de kredietwaardigheid van onze (aspirant-)deelnemers. De corporatie moet dus in eerste instantie zelf aan haar financiële verplichtingen kunnen voldoen. Zijn de financiële middelen op langere termijn van de corporatie niet toereikend? Dan kan de corporatie onder voorwaarden (sanerings)steun krijgen van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV).

Secundaire zekerheid: de borgstellingsreserve van het WSW
De borgstellingsreserve van het WSW vormt de tweede zekerheid. Als corporaties hun
rente- en aflossingsverplichtingen niet nakomen, dan kan de financier ons als WSW aanspreken. Hiertoe beschikken we over een borgstellingsreserve van 477 miljoen euro (eind 2011).

Als de borgstellingsreserve van het WSW onder een bepaald garantieniveau komt of dreigt te komen (0,25% van het geborgde schuldrestant), dan heeft het WSW de plicht obligo’s op te vragen bij de WSW-deelnemers. Het garantievermogen bestaat dus uit de borstellingsreserve van het WSW plus de obligoverplichting. Het totale vermogen waarover het WSW zo kan beschikken om aan betalingsverplichtingen te voldoen bedraagt 3,7 miljard euro (eind 2011).

Als een financier het WSW aanspreekt, en het WSW betaalt voor een corporatie, dan krijgen wij als WSW een vordering op de desbetreffende deelnemer (regresrecht). De deelnemende corporatie heeft onroerende zaken in onderpand gegeven bij het WSW. De corporatie heeft zich verplicht deze onroerende zaken vrij van hypotheek te houden, en er op eerste verzoek van het WSW een hypotheekrecht te vestigen voor het WSW. Daarnaast kan het WSW ook een aanspraak doen op het overige bezit. Zo wordt de schade bij het WSW zo veel mogelijk beperkt.

Tertiaire zekerheid: Rijk en gemeenten
De achtervangpositie van Rijk en gemeenten vormt de derde zekerheid. Stel: na het opvragen van de obligo’s en het uitoefenen van het regresrecht kan het WSW nog steeds niet voldoen aan de verplichting. In dat geval moeten Rijk en gemeenten op verzoek van het WSW renteloze leningen aan het WSW verstrekken. Dit is geregeld in zogeheten achtervangovereenkomsten. Dit alles biedt de geldverstrekkers ultieme zekerheid.