Categorie 3
De derde categorie betreft investeringen in maatschappelijk vastgoed.
Het maatschappelijk vastgoed in deze categorie moet in eigendom zijn van de woningcorporatie. Dit betekent dat al het maatschappelijk vastgoed in eigendom van een dochteronderneming van de woningcorporatie, ondanks dat het voldoet aan de hiergenoemde criteria, de financiering daarvan niet voor borging in aanmerking komt (o.a. monumenten). Verder geldt als voorwaarde voor borging dat het maatschappelijk vastgoed alleen verhuurd mag zijn aan een stichting, vereniging of een overheidsinstantie c.q. een niet-gouvernementele organisatie zonder winstoogmerk, waarbij het WSW-voordeel in de vorm van een lagere huurprijs aan de gebruiker van het vastgoed wordt doorgegeven. Deze juridische vormen van organisaties worden verondersteld openbare diensten of niet-economische activiteiten te verrichten en geen commerciële activiteiten.
De derde categorie bestedingsdoelen waarvoor het WSW kan borg staan betreft investeringen in:
- (14) buurthuizen;
- (15) gemeenschapscentra;
- (16) jongerencentra (zonder horecavergunning);
- (17) scholen voor basis-, speciaal-, middelbaar(beroeps)-, voortgezet onderwijs;
- (18) brede scholen;
- (19) wijksportvoorzieningen;
- (20) ruimten voor maatschappelijk werk;
- (21) ruimten voor welzijnswerk;
- (22) opvangcentra;
- (23) zorgsteunpunten;
- (24) steunpunten voor schuldsanering en budgetbeheeradvies voor huishoudens in financiële problemen;
- (25) centra voor jeugd en gezin;
- (26) ruimten voor dagbesteding gehandicapten/ouderen inclusief enige zorginfrastructuur;
- (27) hospices;
- (28) multifunctionele centra voor maatschappelijke dienstverlening;
- (29) dorps- of wijkbibliotheken;
- (30) eigen kantoorruimten;
- (31) veiligheidshuizen;
- (32) centra voor werk(gelegenheid) en/of bevordering van bedrijvigheid in de wijk;
- (33) kleinschalige culturele activiteiten.
Gemeenschapscentra (15) voorzien van o.a. een aula, bezinnings- en stilteruimte zijn toegestaan.
Voor (16) jongerencentra geldt dat die niet mogen zijn voorzien van een horecavoorziening. Bij (18) brede scholen gaat het om een combinatie van een basisschool met meerdere functies in een zogeheten multifunctionele accommodatie. Te denken valt aan bijvoorbeeld peuterzaal, kinderopvang, voor- tussen, buiten- en naschoolse opvang, wijkconsultatiebureau, buurtsporthal, en –complex voor zover het gaat om vastgoed ten behoeve van maatschappelijke niet winstbeogende stichtingen/instellingen. Deze functies mogen ook in een apart gebouw speciaal voor die functie worden uitgeoefend.
Bij (19) wijksportvoorzieningen valt te denken aan onder andere investeringen in kleinschalige speel- en sportplekken in de wijk zoals Johan Cruijff Courts en Richard Krajicek speelgronden.
Onder (20) wordt mede begrepen een WMO loket, en de kantoorruimte van die maatschappelijke instelling.
Onder (22) opvangcentra wordt begrepen onder andere blijf-van-mijn-lijf-huizen, dag- en nachtopvang voor dak- en thuislozen en verslaafden, asielzoekerscentra(AZC), kleinschalige centrale opvangeenheden (KCO), aanvullende opvang (AVO) en een niet commercieel zorg- annex woonhotel.
Onder (23) zorgsteunpunten wordt begrepen wijkpoliklinieken, leerwerk- en zorgboerderijen met therapieruimte, kantoren jeugdzorginstelling, transferia jeugdzorg en wijkservicecentra.
In wijkservicecentra worden, vaak gecombineerd met woningen voor dementerende ouderen en verstandelijk gehandicapten en andere doelgroepen afhankelijk van zorg, zorg- en (medische) diensten geboden aan vooral buurtbewoners. Kenmerkend is dat meerdere disciplines in deze centra zijn gevestigd. Aan de volgende functies kan bijvoorbeeld ruimte worden geboden:
- zorgcoördinatie: informatie en advies;
- wijkzorg teams voor de ouderenzorg, gehandicaptenzorg, thuiszorg en GGZ (geestelijke gezondheidszorg);
- wijkziekenboeg en logeerkamers;
- gezondheidscentrum: kruiswerk, ambulante GGZ;
- activiteitencentrum: recreatie, cultuur, sport, educatie, gezelligheid;
- dienstencentrum: maaltijden, linnenservice, klussendienst;
- gemakswinkel en persoonlijke verzorging;
- ruimte voor thuiszorg;
- bewonersrestaurant (geen commerciële verhuur).
Het vastgoed onder (24) steunpunten voor schuldsanering en budgetbeheeradvies is bedoeld voor dienstverlening aan huishoudens in financiële problemen.
Onder kantoorruimten (30) wordt begrepen investeringen ten behoeve van het werkapparaat zoals eigen kantoorpanden, opslagplaatsen eigen materiaal e.d.
Onder (33) culturele activiteiten wordt begrepen monumenten, muziekscholen, theaters, kulturhusen, ateliers (woonwerkgebouwen voor kunstenaars), ontmoetingscentra (voor kunstenaars), buurtwerkplaatsen, musea, multifunctionele gebouwen en kinderboerderijen. Voor al deze activiteiten geldt dat ze kleinschalig moeten zijn.
Bij monumenten is de functie bepalend of het maatschappelijk vastgoed betreft, niet de status van het monument. Het maakt dus niet uit of het een rijks- of gemeentemonument betreft. Vastgoed met een religieuze functie is alleen borgbaar als onderdeel van een groter gebouw.
