Home > Weten en Doen > Bestedingsdoelen > Categorie 1
 

Categorie 1

De eerste categorie bestedingsdoelen betreft investeringen in woongelegenheden in de zin van de ministeriƫle interim regeling. Dit betekent dat ook woonruimten (zelfstandig of onzelfstandig) voor permanente bewoning in woonzorgcomplexen, internaten of andere gebouwen aangemerkt worden als woning.

Onder de term Dienst van Algemeen Economisch Belang (daeb) voor de aanduiding van bepaald bezit wordt hetzelfde verstaan als onder de term borgbaar bezit. De eerste categorie bestedingsdoelen waarvoor het WSW kan borg staan betreft investeringen in:

  • (1) woongelegenheden; 
  • (2) woonzorgcomplexen; 
  • (3) grond; 
  • (4) woonschepen met ligplaatsen; 
  • (5) woonwagens en –standplaatsen; 
  • (6) kindertehuizen en jeugdinternaten; 
  • (7) skaeve huse.

De investeringen betreffen de verwerving, het doen bouwen en de exploitatie van huurwoningen met een (voorgenomen) kale huurprijs op of onder de liberalisatiegrens. Deze huurprijs is per 1 januari 2012 vastgesteld op € 664,66 en wordt jaarlijks aangepast.

Als de parkeervoorziening en de woning in bezit zijn van dezelfde corporatie en de parkeervoorziening los verhuurd wordt aan een huurder van een daeb-woning, dan wordt de parkeervoorziening als daeb-bezit gekenmerkt. De status van de parkeervoorziening volgt het hoofdobject bij losse verhuur.
Als de garage of de parkeerplaats verplicht verhuurd wordt met de woning en de huurprijs (van woning en parkeervoorziening samen) is gelijk aan of lager dan € 664,66 dan betreft het daeb bezit. Is de integrale of gezamenlijke huurprijs in dat geval hoger dan € 664,66 dan wordt zowel de garage als de woning als niet-daeb aangemerkt.

Onder woonruimte vallen ook de daarbij behorende aanhorigheden. De zorgruimten in een woonzorggebouw worden gerekend tot de aanhorigheden en vallen onder deze categorie. Onder woonzorgcomplexen (2) wordt begrepen verzorgings-, verpleeg- en gehandicaptentehuizen (geestelijk en/of fysiek) en inrichtingen voor psychiatrische opvang inclusief zijn aanhorigheden. Woongelegenheden waar sprake is van een integrale levering van wonen en zorg (zonder huurcontract maar op basis van een inkomensafhankelijke bijdrage ) geldt de huurliberalisatiegrens niet als beperking voor de borging. Het maakt voor de borging niet uit of de woningcorporatie zelf verhuurt aan huurders of via een collectief huurcontract met een zorginstelling de verhuring regelt.

Woon- en verblijfaccomodaties voor middelbare scholieren vallen onder woongelegenheden, voor zover verhuurd aan een non-profit organisatie. Deze activiteit is vergelijkbaar met een jeugdinternaat (6).

(7) Skaeve huse zijn eenvoudig ingerichte eenpersoonswoningen die op enige afstand van andere huizen staan voor mensen die zorg- en hulpverlening nodig hebben. Culturele en maatschappelijke gebouwen met bestemming wonen zoals kerken, kloosters, fabrieken e.d. worden onder woongelegenheden begrepen. Onder woongelegenheden wordt mede begrepen wooneenheden zoals kamers met kansen.

De grond(aankoop) (3) met (vermoedelijk) bestemming wonen wordt in deze categorie ondergebracht. De borging beperkt zich tot het gedeelte waarvoor de deelnemer heeft verklaard dat het bebouwd zal worden met vastgoed dat voldoet aan de hiergenoemde criteria. Alle andere borgbare grond(aankoop), zoals (vermoedelijk) bestemming voor vastgoed in categorie 2 t/m 4, komt in categorie 5.