Home > Weten en Doen > Beleid > Limiet achtervang gemeente
 

Limiet achtervang gemeente

De som van de geborgde leningen waarvoor een gemeente een achtervangpositie inneemt bij het WSW mag maximaal gelijk zijn aan de som van de laatst bekende WOZ-waarden van bezit in die gemeente. Het betreft hier door de deelnemer ingebrachte en door het WSW als onderpand geaccepteerd bezit.

Achtergrond
De huidige constructie van de achtervang van gemeenten bij het WSW is overeengekomen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het ministerie van BZK en een vertegenwoordiging van financiers. Gemeenten zijn op grond van deze afspraak bereid voor sociale investeringsprojecten in hun gemeente een achtervangpositie bij het WSW in te nemen tot maximaal 100% van de WOZ waarde van het bezit in hun gemeente. indien op corporatieniveau de grens van 50% van de WOZ-waarde van het ingezette onderpand niet wordt overschreden. Zie voor de volledige kaders de tekst beleidsregel Onderpand.

Toepassing
Op deelnemersniveau wordt het leningplafond voor de leningenportefeuille waarvoor borging van het WSW mogelijk is op vijftig procent (50%) gesteld van de WOZ-waarde van het geaccepteerde onderpand. Voor een werkbare situatie voor de deelnemer enerzijds en een begrenzing van de achtervang voor een gemeente anderzijds, ziet het WSW erop toe dat een gemeente niet voor meer dan  (100% van) de WOZ-waarde van het geaccepteerde vastgoed, inclusief het nog te realiseren vastgoed voor zover bekend vanuit de prognoses, een achtervangpositie bij het WSW inneemt. Deze toets wordt gedaan bij het aangaan van nieuwe leningen.

Het WSW vraagt jaarlijks alle adresgegevens en WOZ-waarden van al het vastgoed op van de deelnemer. De deelnemer en de gemeente worden jaarlijks geïnformeerd hoe de geborgde schuldrestanten zich verhouden tot de WOZ-waarden op gemeenteniveau.