Kortgeldlimiet
Kortgeldfaciliteiten hebben een ander risicoprofiel dan langetermijnfinanciering. Daarom hanteert het WSW nadere randvoorwaarden.
WSW-deelnemers mogen maximaal 7,5% van de materiële vaste activa tegen bedrijfswaarde aan kortgeldfaciliteiten hebben volgens de meest recente jaarrekening. Onder een kort geld (faciliteit) wordt verstaan: het kunnen aantrekken van vreemd vermogen met een looptijd korter dan twee jaar.
Achtergrond
De terugbetaling van kort geld leningen kent een hoger liquiditeitsrisico dan de terugbetaling van langlopende leningen. Dit hogere liquiditeitsrisico heeft een nadelige invloed op de liquiditeit voor lange termijn financiering. Door een bovengrens te hanteren voor kort geld faciliteiten zijn deze risico’s beter beheersbaar. Het niveau van 7,5% is de uitkomst van overleg tussen WSW, achtervangers en financiers.
Toepassing
Het WSW beoordeelt tenminste eenmaal per jaar of de deelnemer voldoet aan deze beleidsregel. Hiervoor worden de gegevens uit de dVi (de verantwoordingsinformatie) gebruikt. Afwijking van deze beleidsregel kan met instemming van het WSW voor een vooraf vastgestelde periode. Bij het niet nakomen van deze beleidsregel kan het toegekende faciliteringsvolume worden beperkt.
De gebruikte jaarrekening is niet ouder dan achttien maanden en is voorzien van een goedkeurende accountantsverklaring.
