Rente-instrumenten
Het WSW staat positief tegenover het gebruik van rente-instrumenten. Wel moet de corporatie de daaraan klevende risico’s onderkennen, haar interne organisatie daarop afstemmen, en vooraf het WSW consulteren. Het WSW kan niet borg staan voor rente-instrumenten.
Banken bieden rente-instrumenten in de volgende productcategorieën:
- leningen met uitgestelde storting en renteafspraken
- interest rate swaps (ook forward starting)
- opties
- caps (ook average-caps), floors en collars
- swaptions
- termijncontracten zoals future rate agreements.
Regelmatig introduceren banken nieuwe producten, die wij als waarborgfonds beoordelen. Daarbij maken we steeds een analyse van de eventuele risico's voor de deelnemers en het WSW. We hanteren de volgende spelregels:
- We zijn niet aansprakelijk voor rente-instrumenten met een hoger rentepercentage dan het maximaal toegestane percentage. Voor het bepalen van het renterisico houdt het fonds geen rekening met de effecten van rente-instrumenten die boven het maximaal toegestane percentage liggen. Uitzonderingen kunnen gelden voor situaties waar nog een piek in de renterisico's is.
- Het afdekken van risico's, die zich op het moment van het afsluiten van een derivatencontract niet binnen drie jaar voordoen, is niet mogelijk. Bij derivatenovereenkomsten worden soms zekerheden gevraagd, zoals de pari passu-verklaring en negative pledge. Deze zijn in strijd met de voorwaarden voor borgstelling. Daarom zijn met de meeste aanbieders van derivaten afspraken gemaakt.
- Verder zijn voor het WSW onder meer de volgende zaken niet acceptabel:
- speculatie;
- een constructie waarbij een open positie ontstaat;
- als een woningcorporatie geen passende administratieve organisatie en interne controle heeft voor het gebruik van rente-instrumenten;
- als niet wordt voldaan aan de WSW-richtlijn die bepaalt dat het rente- en herfinancieringsrisico maximaal 15 procent van de totale leningenportefeuille mag bedragen, gebaseerd op een voortschrijdend gemiddelde van twaalf maanden.
Het WSW vraagt zijn deelnemers om bij het afsluiten van rente-instrumenten, het nut en de kosten van de transacties goed in kaart te brengen.
