Borgstellingsvergoeding
Deelnemers betalen voor de dienstverlening van het WSW een borgstellingsvergoeding. Per kwartaal is dat 69 euro per geborgde miljoen euro. Voor oudere leningen geldt een andere methode.
Leningen van na 1 juli 2007
De borgstellingsvergoeding geldt voor leningen die het WSW heeft geborgd na 1 juli 2007, en voor gevrijwaarde leningen die na 1 juli 2007 een aanvang 21ste jaar kennen. Er geldt één tarief dat over het actuele schuldrestant wordt berekend.
Hoogte van de vergoeding
Het WSW hanteert een vergoedingsfactor op kwartaalbasis van 0,000069. Dit betekent: per miljoen borging 69 euro per kwartaal.
Grondslag
De grondslag voor de vergoeding is het schuldrestant van de geborgde lening, aan het einde van het kwartaal. De borgstellingsvergoeding is verschuldigd op het moment dat een lening gestort wordt. Er zijn twee uitzonderingen op deze methode.
- Voor het type lening met variabele hoofdsom betalen deelnemers borgstellingsvergoeding over 75% van de maximale hoofdsom.
- Voor collegiale financieringen betalen deelnemers borgstellingsvergoeding over 1/3 van het schuldrestant.
Leningen van vóór 1 juli 2007
Voor de berekening van de borgstellingsvergoeding tellen de geborgde leningen die vóór 1 juli 2007 zijn ondertekend door het WSW niet mee. Er zijn twee uitzonderingen:
- vrijwaringsleningen waar volgens het vorige tarievenstelsel van vóór 1 juli 2007 tariefgroep 2 van toepassing was en die een aanvang 21e jaar kennen na 1 juli 2007
- nieuwe te borgen leningen die een ‘zuivere’ vervolg- of herfinanciering zijn van eerder geborgde leningen van vóór 1 juli 2007. In het Reglement van deelneming artikel 21, lid 4 staat wanneer sprake is van een zuivere herfinanciering.
Voor gevrijwaarde leningen die na 1 juli 2007 een aanvang 21ste jaar kennen betalen deelnemers een borgstellingsvergoeding volgens de huidige methode: per kwartaal een factuur over het actuele schuldrestant.
Voor gevrijwaarde leningen die vóór 1 juli 2007 de aanvang van het 21ste jaar hadden, is de verschuldigde vergoeding al vooraf betaald. Deze leningen worden dus niet meegenomen in de huidige wijze van berekening en facturering van borgstellingsvergoeding.
Aanvang 21ste jaar
Het 21ste jaar begint te tellen vanaf het moment dat de oorspronkelijke lening is afgesloten. Dit heeft vooral gevolgen voor annuïtaire (of lineaire) gevrijwaarde leningen die een vervolgfinanciering zijn op fixeleningen van eind jaren tachtig. Deze fixeleningen zijn vaak aangegaan voor een langere tijd dan het contract zelf en voorzagen in een vervolgfinanciering. Voor deze leningen geldt dus niet de aanvang van het latere contract, maar de aanvang van de oorspronkelijke lening voor het berekenen van het 21ste jaar.
Facturering
WSW-deelnemers krijgen de factuur voor de borgstellingsvergoeding achteraf, per kwartaal, gebaseerd op de som van de schuldrestanten aan het eind van het kwartaal.
